Geen warm water, een knipperende foutcode of radiatoren die lauw blijven — en op het display van de ketel staat een druk van 0,8 bar. Te lage waterdruk is met afstand de meest voorkomende "storing" die wij tegenkomen, en in negen van de tien gevallen los je hem in een kwartier zelf op. Zo vul je je CV-ketel veilig bij.
Wanneer moet je bijvullen?
De waterdruk van een cv-installatie hoort in koude toestand tussen de 1,5 en 2 bar te liggen. Zakt hij onder de 1 bar, dan schakelt de ketel zichzelf uit veiligheid uit en toont hij een foutcode voor lage druk (bij Vaillant bijvoorbeeld F.22 — zie ons overzicht van foutcodes). Bijvullen is ook nodig na het ontluchten van de radiatoren, en vaak aan het begin van het stookseizoen: door de zomer heen zakt de druk langzaam weg.
| Druk (koud) | Wat betekent het? | Wat doe je? |
|---|---|---|
| Onder 1 bar | Te laag, ketel blokkeert of gaat blokkeren | Bijvullen tot 1,5–2 bar |
| 1,5 – 2 bar | Precies goed | Niets |
| Boven 2,5 bar | Te hoog, overstortventiel kan gaan lekken | Water aftappen via een radiator of monteur bellen |
| Zakt telkens weer | Lek of defect expansievat | Monteur inschakelen |
Wat heb je nodig?
- Een vulslang — bij veel ketels hangt die al aan de vulkraan; anders te koop bij de bouwmarkt (let op de juiste koppeling, meestal 1/2" of 3/4")
- Een doek of bakje voor de paar druppels bij het loskoppelen
- Eventueel een tang of sleuteltje als de vulkraan stroef zit
Zo vul je je CV-ketel bij: stap voor stap
- Zet de ketel uit en laat afkoelen. Schakel de ketel uit of zet de thermostaat helemaal laag. Warm water zet uit en geeft een hogere druk dan koud water — bijvullen doe je dus altijd op een afgekoelde installatie, anders vul je te weinig bij.
- Sluit de vulslang aan. Koppel de slang aan de vulkraan onder of naast de ketel en aan een waterkraan (vaak een tapkraan in de buurt van de ketel of de wasmachinekraan). Laat de slang eerst even vollopen met de waterkraan open en de vulkraan dicht, zodat er geen lucht in de slang zit die je anders in de installatie pompt.
- Vul langzaam bij. Open de waterkraan en draai dan de vulkraan langzaam open. Je hoort het water lopen. Houd de manometer of het display in de gaten en stop zodra de druk op 1,5 à 2 bar staat. Vul liever in twee korte keren dan in één keer te veel.
- Sluit af en koppel los. Draai eerst de vulkraan dicht, daarna de waterkraan. Koppel de slang los boven het doekje. Controleer of de vulkraan echt dicht is — een vulkraan die op een kier blijft staan, laat de druk in de installatie langzaam oplopen.
- Ontlucht en controleer. Zet de ketel weer aan en reset de eventuele foutcode. Ontlucht de radiatoren nog een keer kort (er is nu vers water met lucht bijgekomen) en kijk na een uur stoken nog eens naar de druk. Staat hij nog netjes tussen de 1,5 en 2,5 bar, dan ben je klaar.
Hoe vaak is bijvullen normaal?
Een of twee keer per jaar is heel gewoon: na het ontluchten, of aan het begin van het stookseizoen. Moet je vaker bijvullen — elke paar weken, of zelfs elke week — dan verdwijnt er ergens water. De oorzaak zit dan meestal in een lek in leidingen of een radiator, of in een defect expansievat: dat vangt normaal de uitzetting van het water op, maar als het membraan kapot is, schiet de druk bij opwarmen omhoog en loopt het overstortventiel over. Beide zijn werk voor een monteur, en beide worden erger als je ze negeert: een klein lek in een muur of onder een vloer richt op termijn veel meer schade aan dan de reparatie kost.
Tip: bij een onderhoudsbeurt controleren we de voordruk van het expansievat standaard. Wie elk jaar een paar keer bijvult, heeft vaak al jaren een vat dat niet meer werkt.
Belangrijkste punten
- Waterdruk koud: 1,5–2 bar is goed, onder 1 bar bijvullen, boven 2,5 bar te veel
- Altijd bijvullen op een afgekoelde installatie, langzaam en met de manometer in het oog
- Na het bijvullen: vulkraan goed dicht, radiatoren ontluchten, druk nog eens controleren
- Vaker dan twee keer per jaar bijvullen? Dan is er een lek of een defect expansievat
Komt de druk niet omhoog, of zakt hij meteen weer?
Dan zit het probleem dieper. Onze monteurs sporen lekkages op, vervangen expansievaten en vulkranen en zorgen dat je installatie de winter in kan. In Amsterdam en omgeving zijn we bij een storing vaak nog dezelfde dag ter plaatse — zonder voorrijkosten.